2

Station 2 van 5

Intake en diagnostiek bij genderdysforie

In de diagnostische fase wordt vastgesteld of er sprake is van genderdysforie en of een medische behandeling passend is. Hier lees je hoe dat gaat, welke benaderingen er bestaan en wie er toestemming geeft.

Over dit station

Het tweede station is het moment waarop een behandelaar voor het eerst inhoudelijk meekijkt. In de diagnostische fase voert een psycholoog of psychiater gesprekken om vast te stellen of er sprake is van genderdysforie volgens de DSM-5, en om in te schatten of een medische behandeling passend is. Bij kinderen en jongeren worden ook de ouders gesproken. Hoe lang die fase duurt en hoe diep er wordt doorgevraagd, verschilt per aanbieder en per persoon.

Over de vraag hoe zo'n intake gevoerd moet worden, bestaat onenigheid. In een affirmatieve benadering is het uitgangspunt dat de beleving van de patiënt klopt en dat de zorg die beleving ondersteunt. In een exploratieve benadering wordt eerst breder gekeken: naar wat er nog meer speelt, zoals autisme, angst, somberheid of ingrijpende ervaringen, en naar de vraag of de genderonvrede daarmee samenhangt. De Cass Review pleitte in 2024 nadrukkelijk voor die brede blik, omdat veel jongeren die zich melden meer problemen tegelijk hebben.

Dit thema behandelt ook de vraag wie er eigenlijk beslist. In Nederland regelt de WGBO vanaf welke leeftijd een jongere zelf of samen met de ouders toestemming geeft. Maar kunnen instemmen is iets anders dan kunnen overzien wat een behandeling over twintig jaar betekent. Na de diagnostiek volgt station 3: Remmers en hormonen. De stap daarvoor vind je onder Aanmelding en wachtlijst.

Artikelen bij dit station

Nieuwste eerst. Het uitgebreide overzichtsartikel is het beste startpunt.